Steeds meer woningcorporaties en gemeenten kiezen ervoor om nieuwe woningen te ontwikkelen in een bouwstroom. Bouwstroom Oost is de achtste in Nederland. In zo’n bouwstroom kopen woningcorporaties gezamenlijk conceptwoningen in. Dit levert tijdwinst, kostenbesparingen en een beter lopend proces op. De kwaliteit en uitstraling van de woningen zijn bovendien meer dan gelijkwaardig aan traditioneel gebouwde woningen.
Via twee aanbestedingen – grondgebonden en gestapelde bouw – zoeken de vijf genoemde corporaties één of twee bouwbedrijven die de komende vier jaar conceptwoningen gaan ontwikkelen en realiseren. Hierbij worden de corporaties begeleid door Brink Groep. Mogelijk sluiten meer corporaties in de loop van het traject aan en wordt de uitvraag groter. Geïnteresseerde bouwbedrijven kunnen zich voor beide aanbestedingen aanmelden. Per aanbesteding worden in de selectiefase vier partijen geselecteerd om deel te nemen aan de ‘gesloten gunningsfase’ die leidt tot het gunnen aan één partij.
Naast tijdsbesparing leidt de bouwstroom ook tot efficiënt gebruik van capaciteit. Door gebruik te maken van vaste woningtypen en standaardprocedures, kunnen de corporaties hun personeelscapaciteit inzetten op complexere projecten, terwijl eenvoudiger projecten via de bouwstroom worden gerealiseerd. John Lammers: “Onze ontwikkelmanagers kunnen in de bouwstroom drie keer zoveel projecten begeleiden als bij traditionele bouwprojecten. Dit vergroot onze capaciteit aanzienlijk.” Martijn Rink benadrukt dat de samenwerking een cultuuromslag vereist, vooral voor teams die gewend zijn autonoom te werken. “Deze nieuwe manier van samenwerken vraagt aanpassing en kost tijd.”
Bouwstroom Oost zet hoog in op duurzaamheid en circulariteit. Door collectieve inkoop kunnen de corporaties hoge eisen stellen aan materialen en energie-efficiëntie. Dat biedt ook op de lange termijn voordelen. Op het gebied van circulariteit maakt Bouwstroom Oost gebruik van prestatieniveaus uit Het Nieuwe Normaal. Deze duurzaamheidseisen gaan verder dan het wettelijk minimum. Wilco Wittenberg noemt als voorbeeld de losmaakbaarheid van materialen, zodat woningen eenvoudig gedemonteerd kunnen worden en onderdelen hergebruikt. Karin van Gogh: “In de eisen van Bouwstroom Oost zijn drie energie-opties vastgelegd: bijna energieneutraal, energieneutraal en Nul-op-de-meter, waarbij een woning zowel het gebouwgebonden als het huishoudelijk energieverbruik opgewekt.” (*) Door de schaalgrootte van Bouwstroom Oost kunnen we aannemers prikkelen tot innovatie. Zo
realiseren we toekomstbestendige woningen die niet alleen nu, maar ook over twintig jaar voldoen aan hoge duurzaamheidsnormen.”
Hoewel Bouwstroom Oost werkt met vaste woningtypen, is er ruimte voor aanpassingen per locatie en doelgroep. John Lammers vergelijkt het met de auto-industrie: “We kopen verschillende modellen woningen, zoals je auto’s in verschillende uitvoeringen koopt.” Er is ruimte voor variatie in grootte en indeling, waardoor woningen kunnen worden aangepast aan de lokale vraag. Het ambitieuze doel is om in de komende vier jaar 2.500 sociale huurwoningen te realiseren, gelijkmatig verdeeld over grondgebonden woningen en appartementen. John Lammers: “Onze bouwstroom is gestart met vijf basispartners, maar andere corporaties kunnen aanhaken. Door onze inkoopkracht kunnen zij profiteren van de voordelen van Bouwstroom Oost zonder zelf de voorbereidingsfase te doorlopen. Er zijn inmiddels vijf corporaties geïnteresseerd.” Martijn Rink vult daarop aan: “We hebben een heldere projectstructuur met een stuurgroep en een uitvoerende projectgroep. De uitdaging is om nieuwe corporaties een plek te geven binnen deze structuur, zodat zij zich onderdeel voelen van de samenwerking en hun stem kunnen laten horen.”
Naast concrete voordelen voor de woningmarkt in Oost-Nederland dient Bouwstroom Oost ook als inspiratie voor andere regio’s.Het project leert van ervaringen uit andere bouwstromen en deelt op zijn beurt kennis via brancheorganisaties en netwerken. Martijn Rink: “We hebben bijvoorbeeld geleerd van bouwstromen in Eindhoven en dragen deze lessen nu over aan andere corporaties en gemeenten. Samenwerking binnen de sector is essentieel om sneller en efficiënter te bouwen.”